Is het (kerk)leven een sprint of een marathon?

Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke. Daarom ren ik niet als iemand die geen doel heeft, vecht ik niet als een vuistvechter die in de lucht slaat. Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing, want ik wil niet aan anderen de spelregels opleggen om uiteindelijk zelf te worden gediskwalificeerd.

1 Corinthe 9:23-27

Paulus beschrijft hoe hij naar zijn leven kijkt. Hij pakt een cultureel voorbeeld. De renbaan. Atleten. Sport spreekt ons ook aan. Paulus zegt in feite: je kunt zelf kiezen hoe je wilt leven. Geef je kort alles? Dan haal je de eindstreep niet. Het leven is geen sprint. Je levenswandel kan je beter in overeenstemming brengen met een marathon.

Verschil tussen een sprint en een marathon

Er zijn nogal wat verschillen. In de eerste plaats natuurlijke de afstand: 400 meter of 42 kilometer. De sprint is kort vlak parcours, de marathon gaat door straten, parken, bossen en heuvels. Een sprint is naar een paar seconden voorbij, de marathon begint dan nog maar net. Een sprinter moet het hebben van kortstondige kracht, de marathonloper van wilskracht. Bij de sprint is een echte winnaar, die met een paar milliseconden verschil eerder bij de finish is. Bij de marathon heeft elke loper die de eindstreep haalt een persoonlijke overwinning behaald. Aan een sprint nemen alleen de allerbeste deel, bij een marathon zijn naast de professionals heel veel amateurs. De start van de sprint bepaalt voor een groot deel of je wint, bij de marathon ben je de hele route bezig met de focus op de eindstreep.

Hoe pas je dit toe in de kerk?

De eerste gedachte, die bij mij opkomt is: we hoeven in de kerk niet zo hijgerig te doen. Het leven als marathon heeft iets van rust. Het komt niet aan, op deze ene vergadering. Zelfs niet op dit seizoen. Neem de tijd. Gebruik de tijd, om als een kind dingen te ontdekken. Geniet van wat er op het moment zich voordoet. Maak je geen zorgen over morgen, zou Jezus zeggen. Minder beleidsplannen, meer samen beleven van het geloof.

Een andere gedachte is over het onderwijs in de gemeente. Gaat het om zoveel mogelijk kennis over te brengen of geven we mensen de ruimte en tijd, om hun wijze te leren geloven? Catechese is in tijd misschien wel lang, maar komt misschien meer overeen met een sprint. Hoe zou het onderwijs eruit zien als een marathon? Ik denk zoiets van de wieg tot het graf. Minder gericht op kennis, meer de focus op toepassing. Geen theorie, maar geloven op de werkvloer, in je straat, thuis aan de keukentafel. Minder focus op de zondagmorgen, maar ook met andere gelovigen doordeweeks.

Neem de tijd, om eens over bovenstaande na te denken. Welke gedachten komen boven vanuit Paulus woorden?